Roken, inpakken, glazuren. Met de tijden bijgesteld, want de klassieke methode is gemaakt voor Amerikaanse ribs en die zijn een stuk groter.

Indirect met deflectorsteen. Ribs plat op het rooster of in een ribrek als je er meer dan twee doet.
Halve mand kwaliteitshoutskool. Vijf uur op lage temperatuur vraagt weinig brandstof.
Appel of kers, twee chunks. Varken is subtiel; hickory of mesquite walst er overheen.
Haal de ribs uit de verpakking en dep ze droog. Kijk naar de vleeslaag boven de botten: die hoort minstens een halve centimeter dik te zijn en gelijkmatig over de rack te lopen.
Draai de rack om zodat de botten naar boven liggen. Wip bij het derde bot het dunne vlies los met een botermesje, pak het beet met een stuk keukenpapier en trek het in een beweging over de hele lengte los.
Meng alle rubkruiden. Smeer de ribs eventueel dun in met gele mosterd als binder en bestrooi ze daarna royaal aan beide kanten, van hoog boven het vlees. Laat ze een half uur staan tot de rub nat is geworden.
Vul de kolenmand tot vijf centimeter onder de rand, steek op een plek twee aanmaakblokjes aan en laat de deksel tien minuten openstaan. Leg de deflectorsteen erin zodra de kolen grijs uitslaan.
Sluit de deksel, zet de onderschuif ongeveer een vingerbreed open en de bovenschuif op een kier. Kruip naar 110 graden en laat hem daar twintig minuten stabiel staan. Leg twee chunks appel of kers tussen de kolen, niet erbovenop.
Leg de ribs met de botkant naar beneden op het rooster en laat ze twee uur onaangeroerd roken. Deksel dicht, niet kijken.
Leg elke rack op een dubbel vel aluminiumfolie, verdeel er plakjes boter over en pak ze strak in. Bij duidelijk vette ribs mag er een scheutje appelsap bij; bij magere ribs niets. Leg ze terug met de vleeskant naar beneden.
Pak de rack met een tang op ongeveer een derde van de lengte op en kijk hoe ver hij doorbuigt. Is hij nog stijf, pak hem dan opnieuw in en geef hem nog dertig minuten.
Pak de ribs uit, leg ze onverpakt terug op het rooster met de vleeskant naar boven en laat ze een half uur nadrogen. Bestrijk ze dan met barbecuesaus, eventueel aangelengd met honing, en laat ze nog twintig tot dertig minuten staan tot de saus plakkerig is.
Haal de ribs van de bak en laat ze een kwartier op een plank rusten, onafgedekt.
Draai de rack om zodat je de botten ziet en snijd er met een scherp mes tussendoor. Serveer met een gepofte aardappel en coleslaw, en zet extra saus apart op tafel.
Het vlies aan de botkant laten zitten. Dat wordt nooit zacht, houdt rook tegen en maakt dat de rub aan een kant niets doet.
Blind 3-2-1 aanhouden. Bij Nederlandse ribs is dat bijna altijd een uur te lang en krijg je vlees dat uit elkaar valt.
Vocht in de wrap gieten bij magere ribs. Dan stoom je het vlees en verlies je alle korst die je in twee uur hebt opgebouwd.
Te vroeg saus opbrengen. Barbecuesaus zit vol suiker; boven de veertig minuten op 120 graden wordt die zwart en bitter.
Roken in dikke witte rook. Dat is smeulend hout en geeft een asbaksmaak. Je wilt dunne, bijna doorzichtige blauwe rook.
De ribs meteen na de bak aansnijden. Een kwartier rust maakt het verschil tussen sappig en droog.
Ribs met de vleeskant naar beneden leggen. De botkant hoort naar het vuur, die beschermt het vlees.
Heb je een forse St. Louis-rack van 1,4 kilo of meer: dan klopt de klassieke 3-2-1 wel. Voeg een uur toe aan de eerste fase.
Sla de folie over voor een steviger bark en meer beet. Reken op een uur extra en spritz elk half uur.
Vervang de barbecuesaus door hoisin met sojasaus, honing en gember. Zelfde methode, heel ander gerecht.
Laat de saus helemaal weg en strooi in het laatste kwartier nog een dunne laag rub op, zoals ze het in Memphis doen.
Ribs schoonmaken en rubben kan de avond ervoor; onafgedekt in de koeling geeft een betere korst. De ribs kunnen tot en met de wrap een dag eerder klaar zijn; glazuur ze dan vlak voor het serveren af.
Gekoeld 3 dagen, in folie. Vriest goed in. Opwarmen: ingepakt in folie op 130 graden tot ze warm zijn, dan kort onverpakt om de glazuur weer plakkerig te maken.
Vlees van het bot trekken en door een mac and cheese. Of koud op een broodje met coleslaw en extra saus.
De 3-2-1-methode is gemeengoed in de barbecuewereld en van niemand. Onze bijdrage is de aanpassing aan Nederlandse ribs en de buigtest als leidraad.